V
anmo
rg
en bij Wisselin
g i
n Amsterdam geweest engenoten. Het lijkt er opTheo’s zaaltjes Boulevard Montmartre, iets minder gedistingueerd, de omgeving, maar er waren prachtige dingen. Een kleine Corot, e
n molentje boven op een groene heuvel, een verrukkelijke Monticelli, bloeiende bomen, een pra
chtige Neuhuys, een kindje bij de wieg, een stilleven van Vollon, koel en voornaam van toon, een Miechel, prachtig, een sombere, fantastische Breitner. Ik had in tijden niet zo veel moois bij elkaar gezien. Ik had een klein dingetjee van Vincent bij me, maar een heel heel mooi, dat ik heb laten zien en nu willen ze er ook een paar van hem in commissie hebben. Wat een triomf. Ik ben er zo blij om. Het maakte mijn hele dag gelukkig. Toen ik vanmiddag met het kind terugspoorde naar Bussum, was de lucht zo heerlijk mooi. Telkens een gouden zon schietende uit de witte nevelige wolken. Het was me of het Theo’s aangezicht was, zich verheugende over de erkenning van zijn broer!
Vanavond een brief van Toorop dat de expositie in den Haag nu ook wel spoedig zal zijn, de helft van deze maand. Wat een storm van aandoeningen zal dat teweeg brengen. We moeten al onze moed bijeen rapen voor die tijd en sterk zijn tegen de aanvallen, want wat zullen die er zijn!...
De laatste dagen ben ik ieder vrij uurtje dat ik heb, verdiept in de brieven. Ik heb het te lang uitgesteld maar neem het me nu voor als een geregeld werk dat steady aan afgemaakt moet worden. Niet met de hartstocht van de eerste dagen, want ik ben er tot ‘s nachts toe aan bezig geweest en zulke buitensporigheden kan ik mij niet veroorloven. Mijn eerste plicht is wakker en gezond te blijven om voor het kind te zorgen. Ik leef geheel en al in gedachten met Theo ebn Vincent. Oh, het oneindig fijne en tere en lieflijke van die verhouding. Hoe voelen zij voor elkaar, hoe begrijpen zij elkaar en och het aandoenlijke van Vincent’s afhankelijkheid soms. Theo doet het hem nooit gevoelen, maar hij voelt het soms zelf en dan zijn zijn brieven navrant. Ik heb er dikwijls bij moeten huilen. Mijn lieveling, mijn lieve, lieve Theo. Bij elk woord, tussen elke regel denk ik aan jou. Wel heb je me in die korte tijd dat we samen waren tot een deel van jezelf gemaakt.. Ik leef nog altijd dóór en met je. Mocht je geest me blijven bezielen. Dan zal het goed gaan, ook met ons jongske. Wie zal dat boek over Vincent schrijven?
Een deel van Vincent’s schilderijen zijn tentoongesteld bij Oldenzeel in Rotterdam. In de Rotterdammer Courant hebben twee artikelen gestaan door de Meester en in een andere courant nog een heel enthousiast stuk er over. Het is mij een onuitsprekelijke voldoening dat hij zo meer en meer bekend wordt. Ik ben Woensdag met Vincentje naar Leiden geweest, waar we erg prettig samen Wil’s verjaardag vierden. En de volgende dag ging ik naar Rotterdam om Oldenzeel zelf eens te spreken en te zien hoe het er was. Hij heeft een prachtig huis: haast een marmeren paleis, en in één van de gangen waren de tekeningen. Prachtig. De schilderijen hinger er niet zo goed. Hij had om sommige schilderijen lijsten gefabriceerd die erg lelijk stonden. Maar in het najaar wil hij nog eens exposeren en dan kan het prachtig worden...
Een brief van Toorop dat hij nog de expositie van Vincent zal arrangeren. Dit is tenminste alweer een last van mijn hart. De schilderijen zijn nu weg. Het schip is in zee!...
Regenachtige Zondag. Kennis gemaakt met Gavarni door het boek van de Concourt. Ik vergelijk zo graag het leven van andere artiesten met dat van Vincent. Gavarni leed ook vaak armoede en misère. Ook met moeite en werken zijn talent gevormd, niet er mee geboren. Ik heb het boek nog maar vluchtig gelezen, ga het goed doorwerken en dan de lithografiën die ik heb nog eens rustig bekijken.
Vanavond een brief van Pulchri. De tentoonstelling opent 6 Mei in de nieuwe zalen. Dit is dus voor elkaar.
Een mooie zonnige dag In de boom voor het huis zingt een merel zijn hoogste lied. Wat is dit alles weer nieusw voor mij. Deze vogels, bloemen en planten. Nu pas merk ik dat ik opgevoed ben in een huis in de stad en dat ik in mijn jeugd nooit buiten ben geweest...